Sjaak

3 mei tm 12 juli 2023

Het moment dat wij op 3 mei hoorde wat er gebeurd was, vergeten wij ons leven niet meer. Als familie staat je leven op zijn kop. Ik zelf werd de eerste weken vaak wakker, met de gedachten dat ik een nachtmerrie had gehad. Dat dit niet waar kon zijn. Maar het leven van mijn familie is een nachtmerrie geworden. Gelukkig is onze familie groot. Sjaak heeft nog twee broers en twee zussen. Alle vier, geven wij niet op, totdat Sjaak gezond en wel, vrij terug is in Nederland.

3 mei zochten wij als eerste contact met het consulaat. Daarna wordt je stapje voor stapje begeleid in een wereld waarvan wij nooit voor mogelijk hadden gehouden ooit in terecht te komen.

Natuurlijk wilden we allemaal zo snel als mogelijk naar Vietnam, om naar Sjaak toe te gaan. Maar de eerste maanden was dat niet mogelijk. Er heerste covid in de gevangenis.

Gelukkig hield Thao, ons nichtje, ons op de hoogte en probeerde zij met alle macht dingen te regelen voor haar vader. Dekens, extra kleding, wat extra groente en fruit. Samen met Han, haar broer, is zij van goud waard en van levensbelang voor Sjaak. Ik moet er niet aan denken, hoe hij er voor zou staan als hij hen niet had. Die 2 zijn de meest bijzondere mensen die ik ooit in mijn leven heb ontmoet.

Eind juni kregen we eindelijk te horen dat bezoek aan Sjaak mogelijk was voor ons. Mijn broer Adrie en ik boekte een reis voor 12 dagen. Op 30 juni vlogen wij naar Vietnam.

Na een zeer vermoeiende lange vlucht, stond Thao ons op te wachten in Saigon bij de luchthaven. Zij voelde voor mij meteen aan als een warme deken, geheel vertrouwd. Wij zijn enorm naar elkaar toe gegroeid op deze reis. Je deelt samen een zeer ingrijpende gebeurtenis en dat schept een hele grote band.

3 juli hadden wij eerst een gesprek met onze Vietnamese advocaat de heer Trung, op het consulaat. Een bijzondere man, met een bak aan ervaring.

4 juli hadden wij een binnenlandse vlucht naar Dalat, waar Sjaak verblijft in het detentiecentrum.

Er was een toezegging gedaan, van de hoogste officieren van die provincie, dat wij 3 keer op één volgende dagen een uur per keer Sjaak mochten bezoeken. Dankzij het consulaat dat zich daar enorm voor heeft ingezet.

Thao had voor ons een zeer fijne “home” gereserveerd in Dalat. Dit zeer fijne verblijf was op nog geen 5 minuten met de scooter naar Sjaak toe.

5 Juli was het dan zover.  Met een map vol met vragen en papieren gingen we naar Sjaak. We werden in een ruimte gezet met hele vieze thee en water. Ik zei stoer tegen Adrie dat ie elke slok van die vieze thee moest op drinken, omdat we Sjaak niet in de verlegenheid mochten brengen en wij ons uitmuntend goed moesten gedragen. 6 politie mensen en een hele lieve dame van de immigratie dienst waren bij alle 3 gespreken. De dame van de immigratiedienst was de vertaalster. Zij moest controleren dat wij het niet over de zaak gingen hebben.

De eerste keer dat ik Sjaak zag was natuurlijk zeer emotioneel. Hij riep maar “je wil niet weten hoe het hier is” en “het spijt me zo” en bleef dat maar herhalen. Hij vroeg ook bijna direct naar Thao, maar hoorde er van op dat we de volgende dag weer terug zouden komen.

Normaal mogen Vietnamese gedetineerden in detentiecentra hun familieleden maar 10 minuten per maand zien met dik glas er tussen en een paar kleine gaatjes om elkaar te verstaan.

Na de tranen en dikke knuffel gingen we zitten en hebben we de eerste keer wel  1 uur en een kwartier gesproken. Ook kon hij de brieven in ontvangst nemen na goedkeuring van de politie en wat eten en spullen.

De volgende dag ging de ontmoeting met Sjaak nog soepeler, de politie bleef nog meer op afstand en de mevrouw van de immigratiedienst vroeg zelfs aan Sjaak of hij haar niet herkende. Wat bleek nou, hij had zijn houten trap bij haar man gekocht die een houtzaak runde, een aantal jaar geleden. Sjaak vroeg op een gegeven moment zelfs aan de politie of de volgende dag zijn dochter Thao ook met ons mee mocht. En dat was goed. Waarna Sjaak zelfs vroeg of we dan ook verjaardagstaart mochten eten, als  familie, omdat Adrie op 7 Juli jarig is. En dat werd ook goedgekeurd.

Het blijkt dat Sjaak een hele goeie gevangene is en de politie hem graag mag.

De laatste ontmoeting hadden we dan ook een enorme taart mee, deelde deze ook met alle politie mensen en sneden 4 grote extra punten af voor zijn celmaten. (Zie foto boven) Thao had ook broodjes meatballs mee voor de celmaten en heeeeeeeeeeeeel veel extra eten en vitamines D (Sjaak kreeg geen daglicht)

Ons afscheid was zeer emotioneel, maar met de belofte elk jaar terug te komen, en keihard voor hem te knokken, moest ik hem achterlaten….

Na deze 3 ontmoetingen vlogen we de volgende dag weer naar Saigon voor weer een gesprek op het consulaat. Daar hebben wij gezegd dat zij moesten doorgeven aan iedereen die deze ontmoetingen met Sjaak mogelijk hadden gemaakt wij zeeeeeeeeeeer dankbaar waren. Maarrrrr dat het een grote zorg was dat Sjaak geen daglicht kreeg.

Het consulaat heeft meteen, weer hun uiterste best gedaan en sinds die tijd krijgt Sjaak elke dag 2 maal tien minuten daglicht. Wel in een hele kleine ruimte. Wat heel vreemd is en bijzonder, dat alleen Sjaak dit voorrecht heeft.  Zijn mede celmaten hebben deze “luxe” niet.

12 Juli vlogen wij weer naar Nederland. Tussendoor hebben wij nog de tempel bezocht, bloemen neergelegd, en alle andere familieleden van Sjaak zijn vrouw ontmoet. De zussen en broers van Thao en kinderen van hen.

Hier wil ik met name Han benoemen die elke week extra eten brengt naar Sjaak, daarvoor kookt, een uur moet wachten en dan soms een briefje van Sjaak kan ontvangen waarbij hij altijd bedankt voor het heerlijke eten en zijn enorme spijt blijft herhalen.