Sjaak

28 september tm 9 oktober 2023

Hoe begin je een blog, waarin je je reis naar je broer moet gaan beschrijven, die door een vreselijke gebeurtenis 5 maanden daarvoor in de gevangenis is beland? Een dag, we schrijven 3 mei 2023, die voor altijd in mijn geheugen gegrift zal staan. Ik was op dat moment op kantoor aan het werk. Net terug van een bezoek aan de tandarts, keek ik op mijn mobiel. Een paar gemiste messenger oproepen en daaronder een kort tekstbericht. “Sjaak is in big problem, Sjaak killed Dung, Adrie call you later”. Ik denk eerst nog aan een misselijke grap, maar nadat ik gelijk mijn broer Adrie gebeld heb, dringt t langzaam tot mij door en voel ik tranen over mijn wangen stromen. Het is echt waar, mijn broer die in Vietnam woont heeft de dag ervoor zijn echtgenote om t leven gebracht. Mijn leven zal nooit meer het zelfde zijn.

Na contact met mijn jongste zus besluiten we bij elkaar te komen bij mijn jongste broer en daar contact te leggen met de Nederlandse Ambassade in Vietnam. Zij blijken al naar ons op zoek te zijn, aangezien het gebeuren daar al groot in het nieuws staat. Hectische, emotionele dagen, weken en uiteindelijk maanden volgen, waarin er veel, heel veel geregeld moet worden. Zaken waar een “normaal”  mens nooit mee te maken heeft. Contacten met advocaten, Ambassade, autoriteiten in Vietnam (via ons nichtje Thao in Vietnam, dochter van Dung), ex-collega’s van Sjaak (welke het initiatief tot deze Stichting hebben genomen), banken, beheerder van vakantiehuizen park (waar Sjaak nog een huisje heeft), notaris en Paleis van Justitie in Den Haag. We zouden er een boek over kunnen schrijven, maar dit blog gaat uiteindelijk over mijn reis en mijn bezoek aan mijn broer, dus laat ik dat achterwege.

We spreken af dat Sjaak elke 3 maanden bezoek van ons dient te krijgen. We zijn met zn vieren (oudste zus Afra, Adrie, Mariska en ik), dus een ieder 1x per jaar. Begin juli zijn Maris en Adrie gegaan. (1e blog) Omdat alles dan nieuw is, we niet weten wat er te wachten staat en er aldaar ook nog veel geregeld moet worden, lijkt het ons beter dat er nu 2 familieleden gaan.

Mijn reis begint op donderdag 28 september. De weken ervoor alles geregeld. Visa, ticket, afspraken met Ambassade, bezoek aan Sjaak etc. Met een koffer die voor de helft gevuld is met spullen voor Sjaak (boeken, oordoppen, leesbrillen, vitamines en heel veel eten), komt Mariska mij om 4 uur in de nacht ophalen om mij naar Schiphol te brengen. Mijn vlucht is om 07.20 uur. Via een lange tussenstop van bijna 5 uur in Parijs, waar ik 3 Canadezen zussen/broer ontmoet (toeval?) en hen mijn doel van mijn reis uitleg. Ze horen mijn verhaal vol ongeloof en mededogen aan. Een welgemeend afscheid volgt. Ik vervolg mijn reis met de vlucht van 12 uren naar Ho Chi Minh City, waarin ik besef dat Sjaak deze reis talloze malen heeft afgelegd, wanneer hij na 4 weken op zee gewerkt weer terug naar huis ging. Hij zal die reis nooit meer maken….

Vrijdagochtend 29 september om 07.00 uur kom ik aan in Vietnam, alwaar mijn nichtje Thao mij op staat te wachten om mij naar mijn hotel te brengen (die zij geregeld heeft). De weken ervoor hadden wij al wat videogesprekken om mijn reis voor te bespreken en het voelt dan ook gelijk vertrouwd met haar contact te hebben. Gedurende de tijd die ik met haar hier doorbreng en zij mijn steun en toeverlaat is, leer ik haar zoveel beter kennen! Na het inchecken (mooie kamer op 6 hoog aan rustige straat), samen even ergens koffie gedronken, geld opgenomen en paar boodschapjes gedaan. Rest van de middag paar uurtjes geslapen (vliegtuig lukte dit niet). Savonds samen gegeten (wat we de hele reis zullen doen inclusief alle lunches) en gelijk al super openhartige gesprekken. Mijn nichtje Thao is werkelijk een topper, superlieve meid en staat altijd voor je klaar!

Zaterdag 30 september bezoek ik samen met Thao de familie. De broer van Thao heeft samen met zijn vrouw een soort coffeeshop en haar zus en oma zullen daar ook zijn. Achterop de scooter van Thao (met de helm van mijn broer Sjaak op), gaan we kris-kras door de stad. Een hele belevenis, aangezien duizenden scootertjes en auto’s onze wegen kruisen, je gek wordt van het getoeter en het af en toe allemaal maar net goed gaat.;-). Het bezoek gaat best goed. Ik betuig mijn medeleven aan hun mams en dochter. En zij zijn zeer begaan met mijn broer, hun (stief)vader en schoonzoon. We weten allemaal dat het een vreselijk uit de hand gelopen ruzie is, Sjaak totaal zichzelf niet meer was en er ergens kortsluiting in zijn hersens moet zijn ontstaan. Hij heeft dan ook vreselijk veel spijt. Na het proces willen zij Sjaak ook graag bezoeken.

Na een paar uur neem ik afscheid van de familie (ook hun 3 kids) en beloof de week erna weer terug te komen om over het bezoek aan Sjaak te komen vertellen. Ik moet de groeten en beste wensen aan Sjaak overbrengen. In de veel rustigere buurt (waar Sjaak en Dung ook woonde), eten Thao en ik weer, waarna zij mij weer terug naar mijn hotel brengt. Onderweg nog langs haar scholen waar ze op gezeten heeft, haar Universiteit waar ze gestudeerd heeft en langs restaurants waar zij samen met haar paps en mams vaak kwamen. Het komt allemaal weer binnen bij me.

Zondag 1 oktober breng ik overdag alleen door. Ik besluit lopend naar een internationale boekhandel te gaan. Na enig zoeken vindt ik de roman “Norwegian Wood” van Murakami, in zowel Vietnamees als Engels. Ik hoop dat deze boeken bij mijn bezoek aan Sjaak ook naar binnen mogen. Na weer een wandeling van een uur terug, besluit ik mezelf te trakteren op een ijskoffie met een broodje in de “Coffee Company” waar het heerlijk koel is en ik de dag ervoor ook al met Thao wat gedronken heb. Na nog even uitgerust te hebben in mijn hotel en een verfrissende douche, komt Thao mij weer om 7 uur ophalen om ergens pizza te eten.

Maandag 2 oktober wordt een drukke dag. Eerst moet ik naar de Nederlandse Ambassade, waar ik om 11 uur een afspraak heb met Rick Breugelmans, director van de Ambassade. Hij was het die het eerste gesprek met Sjaak voerde in het detentie centrum in Dalat na het gebeuren. Tevens ontvang ik er de verwantschap verklaring, welke we allemaal kunnen gebruiken wanneer we Sjaak in het vervolg willen bezoeken. Het is een prettig gesprek, waarin ik de achtergrond van Sjaak uitleg, de situatie in Nederland (met oa zijn ex-collega’s uit de duikindustrie) en mijn aanstaande bezoeken aan Sjaak diezelfde week. Nogmaals dank ik Rick en de Ambassade dat zij deze bezoeken mogelijk gemaakt hebben. In de stromende regen wordt ik een uurtje later door Thao opgehaald met de taxi om snel naar mijn hotel te gaan, de koffer te halen en naar het vliegveld te vertrekken. Om 15.00 uur staat namelijk de vlucht naar Dalat gepland. Na een korte vlucht van nog geen uur, komen we aan in Dalat en nemen we de taxi naar “Iza Homestay”. Hier zal ik de komende 4 nachten verblijven. Wat een verademing is deze plek in vergelijking met de drukte van de stad HCMC! Rust en ruimte. (zie foto uitzicht van mijn kamer, dag en avond)

Dinsdag 3 oktober bezoek ik Han, de broer van Thao in het huis van Sjaak. Hij zorgt wekelijks voor (vers) eten voor Sjaak. Geregeld maakt zijn vrouw een maaltijd voor hem, brengt hem een pizza en voorziet hem dus van vers fruit, groente, noten, broodjes ed. We mogen enorm dankbaar zijn dat zij voor Sjaak zorgen! Daarnaast krijgt Han 2x per maand een klein briefje terug van Sjaak. Deze briefjes (niet groter dan 5×5 cm) zijn het enige teken van leven dat wij van onze broer krijgen!

Met de scooter die ik voor de komende dagen gehuurd heb volg ik Thao naar de andere kant van de stad. Een ritje van 3 kwartier. Voor het eerst bezoek ik het huis waar mijn broer en Dung jaren gewoond hebben en zij zijn daar niet meer. Onwerkelijk en emotioneel neem ik alles daar in mij op. We lopen een paar rondjes met Lulu, de herdershond van hun en even later komt Han terug van zijn werk en maak ik kennis met hem. Net als de rest van familie is ook hij super aardig en vriendelijk. Hoe vreemd is het om de familie van mijn broer te leren kennen, zonder dat hij er zelf bij is? In het huis is een gedenkplek ingericht voor Dung. In gedachten ben ik ook bij haar, terwijl ik een wierookstokje aansteek en haar vrede wens. Na het bezoek gaan Thao en ik nog even naar de supermarkt om wat boodschappen te doen voor mijn broer. Ook deze boodschappen kan ik de komende dagen meenemen naar hem en tevens nog wat achterlaten voor Han om dat later nog te bezorgen. Op de terugweg komen we langs de tempel, waar Dung haar as een plekje heeft. We brengen een bezoek en gedenken haar en wensen dr vrede toe.

Na een paar uurtjes voor mezelf komt Thao om samen met mij iets te eten in het restaurant naast Iza Home. Ook hier al zo heerlijk rustig, maar ik ben gespannen en zenuwachtig voor het allereerste bezoek aan mijn broer dat ik de volgende dag heb. Ik neem afscheid van Thao en ze wenst mij succes. Ik hoop dat ik nog een beetje kan slapen.

Woensdag 4 oktober. Vandaag bezoek ik voor het eerst mijn broer die sinds 2 mei vastzit in een detentiecentrum nabij Dalat. Om half 4 ben ik al wakker. Iets van 5 uurtjes geslapen, langer lukte niet. Gisteravond ben ik voor zekerheid alvast maar naar de poort van het detentiecentrum gereden. Vanaf mijn verblijf is het maar 5 minuutjes met de scooter. Hemelsbreed misschien maar 500 meter. Zo vreemd om dit te beseffen, 500 meter en een wereld van verschil.:-(

Veel te vroeg ben ik al bij de poort. Ik rook nog maar een sigaret voor ik mij bij de 2 bewakers meld in het wachtershokje. Na 10 minuten wachten krijg ik het sein om door te lopen naar het volgende gebouwtje. Een stuk van ongeveer 200 meter langs een betonnen hek met prikkeldraad erover gespannen. Ik besef dat mijn broer daar achter moet zitten. Bij een volgend wachtershokje wordt er gewenkt dat ik nog iets kan doorlopen en daar links naar binnen kan. Ik wordt welkom geheten door een dame in uniform en mij gelijk vraagt waarom Thao niet mee is. Ik leg uit dat zij Sjaak maar 1x kan bezoeken. Of ze mij begrijpt weet ik niet, aangezien zij maar gebrekkig Engels spreekt. Op verzoek geef ik haar mijn paspoort en verwantschap verklaring, die ik later terugkrijg. De ruimte waar ik moet wachten laat zich het beste omschrijven als een wachtlokaal van een oud station. Een 20-tal vastgeschroefde metalen, blauwe zitjes in een L-vorm. Niet groter dan 40m2. Ik besef me dat ik nog te vroeg ben en de autoriteiten nog het een en ander moeten voorbereiden voor mijn bezoek. Na iets van een kwartier wachten (waar minuten wel uren in lijken), mag ik de dame volgen naar een ruimte ernaast, welke iets kleiner is. Een grote lange, massieve tafel vult bijna de gehele ruimte en ik mag plaats nemen op een van de houten stoelen. De tassen met boodschappen, boeken etc mag ik op de tafel zetten.  De aanwezige vertaalster van de immigratiedienst die nodig is om het gesprek dat we in het Engels moeten voeren te kunnen volgen en zo nodig te vertalen naar de andere aanwezige (politie)functionarissen stelt zich voor en een kort gesprek met haar volgt. Even later zie ik mijn broer begeleid door 2 bewakers binnen komen lopen. Het hoopje mens dat er nog van hem over is, mager en grauw, zoals ik mijn broer nog nooit gezien heb begint meteen te huilen wanneer hij mij ziet. “I’m so sorry, i’m so very sorryI!, i didn’t want this to happen” Ik begin ook te huilen, we omhelzen elkaar en ik kan alleen maar paar troostende woorden uitbrengen. “Het is gebeurd Sjaak, we blijven van je houden, denk er niet teveel aan”. We gaan tegenover elkaar zitten en ik probeer mijn broer wat te kalmeren door afleiding te zoeken. Het eerste wat Sjaak vraagt is of Thao de volgende dag mag komen. Ik laat weten dat Thao en wellicht Han, vrijdags mee komen. Ik wijs hem op de vragen die ik voor mij heb op papier en probeer deze op een zo rustig mogelijke manier hem te stellen. Het gesprek verloopt verder goed. Ik krijg antwoord op alle vragen. Zo blijkt hij als enige van zijn cel even naar buiten te mogen. Via het consulaat hadden wij dit gevraagd. 2x per dag een kwartier zou dat moeten zijn geworden. Om praktische redenen mag dat ook alleen in de ochtend, maar dan een stuk langer. 2 a 3 uur mag hij nu naar buiten. Op 2m2 kan hij dan op de grond zitten, wat lezen  en paar workout oefeningen doen. Hij pakt de 2 zware boeken die hij uit heeft en op tafel liggen en doet t voor met beide armen. Op de vraag of hij wat kan slapen, komt een ontkennend antwoord. “Nee, ik lig op mijn rug en staar maar naar het plafond. Slapen doe ik niet”. “Verder huil ik heel vaak, vooral in de avond, om het gemis van Dung en kon ik alles maar terugdraaien”. “Ik heb zoveel spijt”.

Ik kan hem ook het een en ander vertellen over waar wij mee bezig zijn. (bewindvoering, de stichting) Ik laat Sjaak alle brieven zien die ik meegekregen heb voor hem. Na bestudering door de vertaalster kan hij die later krijgen. Ik pak de boodschappen uit de tassen en laat deze zien: stroopwafels, nogat (waar hij gek op is), noten, cherrytomaten, sla, mandarijnen, druiven etc. De kg zak redband winegums van zijn collega Terry, de nieuwe boeken, leerboekjes, brillen, goeie oordoppen en vitaminen supplementen. Deze laatste worden gelijk even gecheckt. Bij een van de potjes blijkt het sealtje los te zitten. Deze kan helaas niet mee. Gelukkig heb ik mijn hotel nog een potje met dezelfde inhoud. (glucosamine). Deze blijkt later ok. Tijdens het gesprek vraagt, nee smeekt Sjaak aan de aanwezige functionarissen of een celgenoot, die er sinds 2 weken bijgekomen is geruild kan worden met een ander uit een andere cel. Hij omschrijft hem als een 18-jarige gangster, waarschijnlijk een drugsdealer, vol met tattoos. Deze past totaal niet bij hem. Ik vraag hem hoe oud zijn andere 2 celmates zijn. 44 en 30. Die van 30 (die ook redelijk goed Engels spreekt) noemt Sjaak zijn “father in law”, terwijl Sjaak hem “son in law” noemt. Sjaak loopt naar de muur waarop alle blocks met nummers staan, met daaronder de namen van de gedetineerden. Van 2 onderste namen pakt hij deze van de muur en ruilt ze. “Look, solved!” Lacherig wordt er door de functionarissen op gereageerd.

Tegen het einde van het gesprek (Sjaak kijkt geregeld op de klok hoe laat het is), vraag ik hem wat voor lekkers ik de dag erop mee kan nemen. Banh mi zou hij graag willen. Een vers broodje dat je overal op straat kan kopen. Wanneer het uur om is vraagt Sjaak mij om buiten afscheid te nemen. Op die manier kan hij een 10-tal seconden langer in het zonlicht buiten staan. Na afscheid genomen te hebben zie ik hem tussen 2 bewakers naar de ingang van de barakkenplaats lopen en uit het zicht verdwijnen.

Lopend loop ik zelf weer terug naar de poort, de vertaalster rijdt mij voorbij en vraagt nog of ik een lift achterop haar scooter wil. Ik bedank vriendelijk. Ik heb even tijd nodig om dit eerste bezoek te verwerken.

Op mijn kamer app ik Thao dat ik weer terug ben. Een uurtje later is ze er en gaan we in Dalat even koffie drinken en bijpraten. Vervolgens de stad in, verse bloemen voor haar moeder kopen, een kadootje voor het zoontje van Han en voor Han zelf een mooi overhemd. Daarna weer naar het huis van Sjaak om ook weer even een flinke wandeling met Lulu te maken. Ze is hoogzwanger en bij het 3e rondje houden we het ook voor gezien. Ze is overduidelijk moe. In de avond eet ik zoals gebruikelijk weer samen met Thao in een vrij luxe restaurant in Dalat een heerlijke verse pasta. Het verschil met de situatie waarin mijn broer nu verkeerd, kan niet groter zijn. Op de terugweg naar mijn hotel gaan we nog even langs de tempel waar Dung ligt. Dit keer wacht ik even buiten. Alleen vervolg ik mijn weg naar mijn hotel, een route die ik inmiddels wel ken.

Donderdag 5 oktober. Mijn 2e bezoek aan Sjaak. Op tijd sta ik weer bij de poort van het detentiecentrum waar ik met Thao heb afgesproken. Even later komt ze de broodjes banh mi brengen. 4 stuks. Ook voor Sjaak zijn celmates dus. Het is deze dag bijzonder druk, aangezien alle gevangenen nu bezoek krijgen en er eten gebracht mag worden. Zij mogen echter maar 10-15 minuten dan even praten met hun familielid. Gescheiden door een plexiglaswand met enkel wat gaatjes, waardoor je elkaar moeilijk kan verstaan. Bij het 2e wachtershuis wordt ik ook naar de ruimte gestuurd waar iedereen dus komt voor bezoek. Ik wordt gelijk gewenkt om door te lopen en mijn 2 tassen met de boodschappen moeten dit keer door een scanapparaat. (blijkbaar om geen onderscheid te maken met de rest). Ik wordt weer begeleid naar dezelfde ruimte als de dag ervoor en even later komt Sjaak weer binnen. In vergelijking met de dag ervoor is het allemaal wat minder emotioneel en kunnen we rustig praten. De aanwezige functionarissen letten nu ook een stuk minder op ons en ook de vertaalster is meer in gesprek met hen dan dat zij naar ons luistert. Hij laat weten alle brieven te hebben gelezen en de brief van Mariska, onze zus met net wat meer aandacht. Deze bevat namelijk een nieuwtje welke als eerste bestemd was voor Sjaak. Hij lacht en verteld het nog niet. Wanneer Thao en Han morgen komen laat hij t pas weten! Ik vertel hem nog dat Adrie onze broer al ruim 2 weken ziek is. Geregeld hoge koorts en last van zijn maag en dat hij nu aan de antibiotica zit. Hopelijk is hij gauw weer beter.

Sjaak laat weten dat een brief van zijn collega Michel hem deed huilen. Deze collega is gelovig en bid voor hem. Het ontroerde Sjaak enorm. Het uur vliegt om en om nog wat tijd te rekken stelt Sjaak zelf nog een paar vragen. “Hoe gaat het met Ajax en hoe doet Max Verstappen het”? Ik geef er antwoord op en we lopen samen weer naar buiten. Buiten vraag ik hem nog hoe het met zijn knie gewrichten gaat. Slecht zegt hij. En hij doet voor hoe zijn knie af en toe “knakt”. Meest waarschijnlijk door te weinig beweging en bewegingsvrijheid en doordat het de hoeveelheid kraakbeen zienderogen afneemt. De glucosamine die ik gegeven heb moet hopelijk een beetje gaan helpen. We nemen weer afscheid en zeg tot morgen. Dan komen Thao en Han mee. Daar kan hij zich nu even op verheugen.

Eenmaal weer in mijn kamer laat ik Thao weten terug te zijn en uurtje later rijden we met de scooter naar Dalat op zoek naar een goede banketbakker die een taart voor Sjaak kan maken. Uiteindelijk vinden we er een. Het wordt een passievruchten taart met slagroom, chocolade en een tekstje “we love you all” Daarna rijden we in de stromende regen naar de supermarkt om weer boodschappen te doen. De dag ervoor heb ik Sjaak gevraagd wat hij graag zou willen eten, zodat we dat kunnen klaarmaken. Lasagne zou ie erg lekker vinden, dus halen we alles wat daar voor nodig is: gehakt, verse groenten, tomaten, pastasaus en heel veel geraspte kaas. De lasagne bladen kunnen we echter nergens vinden, dus dat wordt dan maar penne.

In de middag komen Han met zijn zoontje en vrouw even langs bij het huis van Sjaak. We geven ze de kadootjes en ik bedank hen nogmaals voor de goede zorgen voor Sjaak. Hun 3-jarige zoontje begint gelijk met de radiografisch bestuurbare vrachtwagen te spelen. Na even wat gedronken te hebben gaan zij naar huis en kunnen Thao en ik beginnen met koken voor de maaltijd welke we zelf dan ook gelijk kunnen eten/proeven. Na het eten gaan we nog even voor de laatste keer met Lulu wat rondjes lopen. Met de scooter rijden we wat later richting mijn hotel, waar ik weer het laatste stuk alleen doe. Morgen wordt alweer een zware dag, laatste bezoek aan mijn broer en afscheid nemen.

Vrijdag 6 oktober. Het 3e en laatste bezoek aan mijn broer Sjaak. Om 8 uur hebben we met elkaar afgesproken bij de poort. We zijn er allemaal, maar de af te leveren taart nog niet. Thao belt gelijk en blijkbaar hebben ze de taart bij mijn hotel afgeleverd. Gelukkig is dat niet ver en binnen 10 minuten is Thao met taart alweer terug. Na het aanmelden lopen we samen weer de weg langs de betonnen muur met prikkeldraad richting het Detentiecentrum. Dit keer echter niet achterom, maar gelijk aan de voorkant. Hier moeten we buiten even wachten. Onwerkelijk zien we Sjaak op een gegeven moment vanuit de ingang van de barakken naar ons toe komen lopen, hevige emoties maken zich van ons meester, maar vooral bij Sjaak. We lopen uiteindelijk met zn allen naar binnen en gaan aan de zware lange tafel zitten. Sjaak aan het hoofdeind, ik rechts van hem, Thao en Han links naast elkaar. Alles wat we meegenomen staat al op de tafel: de bakjes met de pasta, de taart, papieren schoteltjes, plastic bestek en heel veel boodschappen weer. Ik laat deze keer voornamelijk Sjaak met Thao aan het woord. Zij kunnen elkaar maar 1x in de 3 maanden op deze manier spreken, terwijl ik de 2 dagen ervoor daar alle tijd voor heb gehad. Sjaak kan nu het geheimpje uit de brief van Mariska vertellen. Mariska haar dochter is zwanger! Gelijk blijkt Han ook nieuws te hebben. Ook zijn vrouw is weer zwanger van een 2e kindje!

Sjaak mag de taart aansnijden. Een foto van de taart mag helaas niet genomen worden. Naast het nieuws van de aanstaande geboortes zijn er tegelijk ook nog 2 jarigen in de familie: Jeffrey, de zoon van Mariska en Joanne, de dochter van Adrie zijn beiden vandaag ook jarig. Genoeg redenen dus om toch taart te eten. Tijdens het uurtje eet Sjaak 2 stukken taart. Er blijft nog een halve taart over voor later te delen in zijn verblijf.

Tijdens het bezoek vindt er nog wat merkwaardigs plaats, wat ik hier niet kan delen, maar het uur vliegt wel weer om. Op de binnenplaats nemen we nu definitief afscheid voor lange tijd. Het beeld om mijn broer mentaal gebroken tussen 2 bewakers uit mijn gezichtsveld te zien lopen zal ik nooit meer vergeten. Een week later vernemen we (door een briefje aan Han) dat Sjaak na ons bezoek alleen maar heeft zitten huilen.

Bij de poort neem ik afscheid van Han en spreek ik met Thao een tijd af bij mijn hotel om samen de terugreis naar HCMC te maken. Met de taxi weer naar het vliegveld en na een onstuimige vlucht (vanwege noodweer blijven we een half uur rond het vliegveld) komen we uiteindelijk weer terug in HCMC. Ik in mijn eerdere hotel en Thao bij dr tante.

Zaterdag 7 oktober. Vandaag iets later afgesproken met Thao om weer naar de familie te gaan om hen over mijn bezoeken aan Sjaak te vertellen. Achterop bij Thao op dr scooter gaan we eerst naar een (dure) internationale winkel waar ze allerlei merk producten verkopen. Ik koop er wat chocolade voor de kids en een doosje voor oma. Vervolgens gaan we naar een enorm groot shopping centrum van denk wel 6 verdiepingen. Thao leidt me er rond. Het blijkt een winkelcentrum te zijn, waar haar paps en mams veel gekocht hebben: meubels, keukenapparatuur, kleding etc. Even later drinken we daar in een Coffeeshop wat en wijst ze op een tafeltje. “Daar zat ik vaak met mij papa ook wat te drinken”. Het huilen staat mij weer nader dan het lachen, het besef dat mijn broer hier ook zoveel gelukkige tijden heeft beleefd. Rond 5 uur zijn we weer bij de coffeeshop van An en zijn vrouw, waar ook inmiddels Thun (de zus van Thao) is en de kids zijn. Ik vertel over hoe de bezoeken zijn gegaan en doe ze de groeten terug. Er vallen weer tranen op moment dat we t over Dung hebben. Begrijpelijk, want zij missen hun moeder natuurlijk nog vreselijk. We besluiten om samen naar een pizzarestaurant te gaan. Terwijl we die kant op gaan, pakt Julia de jongste van het stel mijn hand vast en om samen verder te lopen. Weer schiet ik vol.

Ik tracteer er op wat pizza’s en pasta’s en we drinken er iets. De situatie is bizar, maar het is toch goed zo. Bij terugkomst coffeeshop neem ik van iedereen afscheid en wens hen alle sterkte toe. Hopelijk tot volgend jaar. In de regen brengt Thao me weer naar mijn hotel.

Zondag 8 oktober. De laatste dag dat ik in Vietnam ben. Morgenochtend vlieg ik op tijd weer terug naar Nederland. Ik besluit even de rust op te zoeken van een park. Niet ver bij mijn hotel is er een, vlak naast de rivier. Ik loop erheen en zie dat er naast het park een Christelijke kerk is. Ik maak van de gelegenheid gebruik en bezoek het. Op het zelfde moment zie ik dat er een dienst staat te beginnen. Het is tenslotte zondag. Ik blijf er nog even en ook al is de dienst op afstand via videoschermen en natuurlijk in het Vietnamees, toch vindt ik er even de rust om alles even te laten bezinken. Fijn om hier even te zijn.

Na een half uurtje of zo ga ik weer naar buiten en loop ik langs de rivier, door het parkje naar het eind en ga even op een bankje zitten. Wat is het hier heerlijk rustig en stil in vergelijking met een paar honderd meter verderop. Even geen getoeter van al die scootertjes die langs razen. Stilte, rust.

Terug in mijn hotel ga ik douchen en verkleed ik me. Vanavond voor de laatste keer samen eten met mijn nichtje Thao, die de hele reis mijn steun en toeverlaat is geweest. Ik heb haar zoveel beter leren kennen. Meest dappere, liefste, hulpvaardigste en vergevingsgezinde meisje ter wereld volgens mij. Zo bijzonder.

We gaan eten bij het eerste restaurant dat we in HCMC bezocht hebben. Hier hadden ze ook heerlijke pasta en fijne ginger biertjes. Dit keer zitten we beneden, terwijl we de eerste keer boven in het “birthday” gedeelte zaten. Na deze laatste uurtjes nemen we in mijn hotel afscheid van elkaar. Alweer afscheid. De hele reis is er vol van. Ik zal mijn nichtje oprecht ook missen!

Maandag 9 oktober. Mijn reis zit er nu echt bijna op. Om 5 uur sta ik op, aangezien de taxi die mij naar het vliegveld brengt me om kwart voor 6 ophaalt. De reis terug verloopt voorspoedig, via een korte tussenstop in Bangkok land ik om 19.00 uur weer op Schiphol. Met de trein naar Zaandam en om 21.00 uur trek ik de voordeur van mijn woning open. Ik ben weer thuis.

Johan Kenter, broer